Onze installatie
Vanuit de cavernes komen twee buizen aan de oppervlakte. Op deze asfaltplaat staan afsluiters met kleppen die ervoor zorgen dat het gas gecontroleerd in en uit kan stromen. De cavernes zijn via ondergrondse pijpleidingen verbonden met de installatie. Deze installatie zorgt ervoor dat het gas in de cavernes kan worden gebracht en eruit kan worden gehaald. Dit proces wordt injecteren en uitzenden genoemd. De installatie is op zijn beurt aangesloten op het gastransportnet van Gasunie en bedient daardoor de hele Nederlandse gasmarkt. Vierentwintig uur per dag zorgt een volledig geautomatiseerd systeem ervoor dat de installatie veilig en ongestoord haar werk kan doen.
Voor het bedrijven van een aardgasbuffer is een aantal bovengrondse installaties noodzakelijk zoals installaties voor het injecteren of uitzenden van het gas, het gasmeetstation en de controlekamer. In onderstaande figuur is het proces van injecteren en uitzenden schematisch weergegeven.
Video
Onderstaande video geeft inzicht geeft in de bouw en de werking van de cavernes en installatie.
Injecteren
Met behulp van elektrisch aangedreven compressoren wordt aardgas, dat bij circa 60 bar uit het gasnet van Gasunie wordt genomen, tot een druk van maximaal 180 bar gecomprimeerd. Omdat het aardgas warm wordt bij het samenpersen, ruwweg 100°C, wordt het eerst nog gekoeld met luchtventilatoren voordat het in de cavernes wordt gevoerd.
Uitzenden
Gas dat uit de buffer wordt gehaald moet geschikt worden gemaakt om te kunnen worden ingevoed in het aardgasnet. Dit betekent o.a. dat de druk moet worden verlaagd zodat het weer in het Nederlandse transportnet kan worden teruggevoerd.
Alle onderdelen van de installatie uitgelegd
In deze interactieve infographic wordt de functie van alle onderdelen van de installatie uitgelegd. Klik op een rondje om een nadere beschrijving te zien.
-
Controlekamer
De installatie beschikt over een controlekamer van waaruit de processen kunnen worden bewaakt en bestuurd. Dat gebeurt in de regel alleen bij onderhoud. Normaal gesproken wordt de installatie aangestuurd vanuit de Centrale Commandopost van Gasunie. Daar zijn de installatie en cavernes realtime te volgen en bij te sturen. De installatie is vervolgens in staat om volledig onbemand te draaien. De klanten van EnergyStock bepalen wat er in- of uitgezonden wordt. Zij berichten de Centrale Commandopost hierover. Van hieruit wordt een signaal verstuurd naar de installatie zodat er gas wordt geïnjecteerd of uitgezonden. -
Meten
Zowel tijdens het injecteren als tijdens het uitzenden, worden de gasstromen gemeten. Daardoor weten we exact hoeveel gas de cavernes ingaat en hoeveel er wordt geleverd aan het gastransportnet. Met ultrasone flowmeters wordt gemeten hoeveel gas de cavernes in en uit gaat. Gaschromatograven analyseren de kwaliteit van het gas. Door deze zeer nauwkeurige meting weten we precies hoeveel gas zich in de caverne bevindt en wat er verrekend moet worden met klanten. -
Cycloonfilters
Cycloonfilters reinigen het gas voordat het gas wordt gemeten. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat eventueel met het gas meegevoerde deeltjes de (meet-)installatie vervuilen. -
Compressoren en koelers
Compressoren brengen het gas op voldoende druk om te injecteren. Het binnenkomende gas heeft een druk van circa 60 bar. De druk in de caverne is minimaal tachtig en maximaal honderdtachtig bar. Het samenpersen van gas wordt gedaan door elektrisch aangedreven compressoren. -
Gaskoelers
Het gas wordt door de drukverhoging warmer, ruwweg honderd graden Celsius. Daarom wordt het voor injectie in de cavernes eerst gekoeld. Dit gebeurt door het gas te koelen met grote ventilatoren. -
Regelgebouwen
De regeling van de compressoren gebeurt in de regelgebouwen. Deze werken als een soort volumeregelaar van een radio, waardoor de compressor sneller of langzamer gaat draaien. -
Inlaatseperatoren
Wanneer het gas teruggeleverd wordt aan het Nederlandse gastransportnet wordt het op de installatie behandeld. Het gas dat uit een caverne komt, kan vaste deeltjes en vloeistoffen bevatten. Deze worden eruit gehaald door de inlaatseparatoren via een eenvoudig en foutloos proces. Het gas komt onder hoge druk in deze vaten. De vaste deeltjes en vloeistoffen vallen omlaag en het gas verlaat de tank via de bovenzijde. -
Boilers
De druk in de caverne is minimaal tachtig en maximaal honderdtachtig bar. Het gas in het Nederlandse gastransportnet heeft een druk van circa 60 bar. Daarom wordt de druk verlaagd. Omdat het gas door de drukverlaging afkoelt, wordt het opgewarmd met warm water dat door boilers wordt verhit. Na drukverlaging moet de temperatuur vijftien graden Celcius zijn. -
Heater/Choke trains
In de heater/choke trains wordt het gas eerst verwarmd met warm water van de boilers. Daarna wordt de druk verlaagd naar 60 bar met drukverlagingskleppen, zogenoemde heater/choke trains zodat de druk van het gas geschikt is voor het Nederlandse gastransportnet. -
Glycol contactors
De laatste stap in het proces is het verwijderen van vocht uit het gas. Het gas uit de caverne is vochtig omdat de wanden en de bodem van de caverne vochtig zijn geworden tijdens de bouw. In een hoog rechtopstaand vat, glycol contactor genoemd, komt het gas intensief in contact met glycol waardoor het droogt. Het droge gas stroomt verder en het met vocht verzadigde glycol wordt opgevangen. Het glycol wordt vervolgens van het vocht gescheiden zodat het kan worden hergebruikt. Dit wordt gedaan in een glycol regeneratie unit.